Natuurkunde voor het MBO Deel 1: Hoofdstuk 8 Gasdruk n 3
Kies het juiste antwoord.
Een ruimte is gevuld met lucht. Een deel daarvan is zuurstof. Hoe noem je de gasdruk die alleen zuurstof uitoefent?
luchtdruk
kwikdruk
partiële druk
onderdruk
Een afgesloten hoeveelheid gas heeft een volume van: 16,8 dm3 en een druk van 1,4 bar. Bij gelijke temperatuur wordt het volume verkleind tot 12,7 dm3. Hoe groot wordt de gasdruk?
1,9 bar
2,1 bar
2,9 bar
15 bar
Een gastank bevat zuurstof van 15,5 oC en een druk van 95,2 bar. Hoe groot wordt de druk als de temperatuur stijgt tot 25,3 oC?
92,1 bar
95,6 bar
98,4 bar
155 bar
Gasmoleculen van verschillende gassen mengen spontaan. Hoe noemen wij dit?
osmose
diffusie
dispersie
reductie
Een gesloten vloeistofmanometer met kwik meet de druk in een gastank. In het been verbonden met de gastank staat het niveau 23 cm lager dan in het andere been. Bereken de gasdruk in Pascal. ρkwik = 13,6 g/cm3.
3,1 ⋅ 104 Pa
3,1 ⋅ 103 Pa
3,1 ⋅ 102 Pa
3,1 ⋅ 10-1 Pa
Een hoeveelheid gas heeft bij 15,0 oC een volume van 120 L. Het gas wordt bij constante druk verwarmd, de temperatuur wordt 65,0oC. Hoe groot is de volumetoename?
21 L
141 L
400 L
520 L
We hebben een afgesloten hoeveelheid gas. V = 37 dm3; t = 24 oC; p = 52 kPa Temperatuur en druk worden veranderd, de nieuwe omstandigheden zijn: V = 27 dm3; t = 61 oC Hoe groot wordt de druk?
34 kPa
71 kPa
80 kPa
43 kPa
Een open vloeistofmanometer met kwik wordt aangesloten op een gastank. In het been dat in verbinding staat met de buitenlucht, staat het kwik 13,5 cm hoger dan in het andere been. De barometerstand is 1020 mbar. Bereken de druk van het gas. ρkwik = 13,6 g/cm3
1,80 ⋅ 104 Pa
1,020 ⋅ 104 Pa
1,038 ⋅ 104 Pa
1,200 ⋅ 105 Pa
Een voetbal bevat 12,0 g lucht. De druk is 1,65 bar. We pompen er 2,0 g lucht bij. (T en p blijven gelijk) Hoe groot wordt de nieuwe druk?
1,41 bar
1,85 bar
1,93 bar
11,6 bar
Van een cilinder met stikstof weten we: V = 23,9 L; t = 21,6 oC; p = 525 mbar Hoeveel mol stikstof bevat de cilinder?